St Benedictus
Vandaag vieren we onze heilige vader Benedictus samen met al onze broeders en zusters die leven volgens zijn Regel. Het heeft iets van Simchat Torah, het joodse feest Vreugde van de Wet. We zouden met de Regel in onze hand door de kerk kunnen dansen. Liefde voor een Wet, vreugde om een Regel, hoe zit dat? Heel eenvoudig: levensvreugde. Misschien is levensvreugde op zich niet altijd eenvoudig, maar de keuze om in te treden is een keuze om te leven. Wie is de mens die naar het leven verlangt en goede dagen wenst te zien? vraagt Benedictus in de Proloog. Of liever, het is God die het vraagt en uitnodigt. Hij verlangt het leven voor zijn mensen: Ik wil niet de dood van de zondaar, maar dat hij zich bekere en leve. Kun je buiten het klooster dan niet leven? Natuurlijk wel. God beperkt zich niet tot een klooster. Maar sommige mensen hebben een klooster nodig om voluit te leven. Buiten het monastieke leven raken ze in ademnood. Timothy Radcliffe beschrijft het als een biotoop dat nodig is voor een bepaalde diersoort. Sommige dieren kom je overal tegen. Ik denk niet dat vliegen veel eisen stellen aan hun leefomgeving. Je vindt ze in huis en in de tuin, in de stad en op het platteland. Maar de reeën die we af en toe vanuit de refter zien, hebben ruimte nodig, een beetje beschutting en niet teveel mensen in de buurt. Kloosterlingen, zegt Timothy Radcliffe, zijn als een zeldzame soort kikkers die alleen kunnen gedijen in een bepaald soort vijver. En dus dansen we vandaag met de Regel in het rond en we danken God die ons uitnodigt om hier te leven, en die Benedictus de wijsheid en de inspiratie geschonken heeft voor zijn Regel.
Als je de Proloog leest, dan zie je al dat het monastieke leven van twee kanten komt. Wij verlangen naar het leven en God verlangt het leven voor ons. Hij roept ons naar zijn Rijk en wij willen wonen in zijn Rijk. En aan het eind in RB 72 waar onze goede ijver wordt aangewakkerd, is het Christus die ons allen tezamen naar het eeuwige leven leidt. Eigen inspanning en genade gaan samen op. Of eigenlijk: onze eigen inspanning wordt omvat door Gods genade. Dat betekent dat Benedictus tegelijkertijd veel kan vragen van zijn monniken en een grote barmhartigheid kan tonen. De Regel heeft het over een liefdevolle mildheid voor bejaarden en kinderen; de grootste zorg voor broeders die misdoen; de zieken, ook al zijn ze lastig, moeten gediend worden als Christus in eigen persoon. Gods genade vindt ons waar we zijn, en daar waar we zijn moeten we wakker worden en luisteren en opstaan. Laten wij dan onze lendenen omgorden met het geloof en met de trouw in het volbrengen van het goede, en gaan wij dan, geleid door het Evangelie, voort op zijn wegen, om Hem te mogen aanschouwen, die ons naar zijn Rijk geroepen heeft.
Wakker worden, opstaan en rennen. Rennen waarheen? Naar het Rijk van God, naar een samenleven in vrede, naar de lofzang, naar Christus waar en in wie Hij ook te vinden is, om Hem te mogen aanschouwen naar Wie we verlangen en voor Wie en met Wie en in Wie we leven.
Zalig Hoogfeest!