14e zondag A
Twee keer komt het woord “rust” voor in de evangelielezing van vandaag. Een heel aantrekkelijk woord als we uitkijken naar een week retraite, of als we zelf uitgeput zijn van het vele werk in deze tijd van het jaar en van de zomerhitte. Rust! Alleen, als je kiest voor een trappistenleven, dan hoort daar niet echt vakantie bij. Misschien zou heel ons leven vakantie moeten zijn, vacare Deo, maar valt dat in de praktijk nog niet zo mee.
Maar wat voor soort rust belooft Jezus ons dan? Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. God is in Jezus de absolute bevrijder van iedere last die verhindert een vrij kind van de Vader te worden, schrijft br. Simeon[1]. Jezus richt zich hier niet tegen de onderdrukkende macht die zware lasten oplegt, of het nu een macht buiten ons is of binnen in ons. Hij zegt alleen uitnodigend: ‘Kom naar Mij’. In zekere zin moet je zelf de onderdrukkende situatie achter je laten en naar Jezus gaan. Natuurlijk is er ook het verhaal van de Goede Herder die op zoek gaat naar het verloren schaap en het optilt om het thuis te brengen, maar hier moet je zelf de eerste stap zetten. ‘Kom naar Mij’. Bij Jezus is rust te vinden.
Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht. In het centrum van Gods wezen, en daarom in het hart van de werkelijkheid, daar verblijven Zachtmoedigheid en Nederigheid. Rust voor de ziel vind je bij Christus, als je bij Hem hoort, als zijn Geest in je woont. Uw bestaan wordt niet beheerst door zelfgenoegzaamheid of zelfzucht, maar door de Geest, zegt Paulus. Hoe vaak zijn we niet onrustig omdat we ons ergeren aan iemand, omdat we vinden dat iets op een andere manier, op mijn manier, gedaan moet worden, omdat we kritiek hebben. Zachtmoedigheid betekent, net als Jezus, kijken met begrip, zoeken naar waarom de ander iets doet of niet doet en niet de persoon afschrijven. Nederigheid is vrij van alle zelfzucht, vrij zijn om te gehoorzamen aan het verlangen van een ander en niet mijn eigen wil op de eerste plaats te stellen. Ik kan natuurlijk denken dat het mijn taak is om aanwijzingen te geven en dat het mis gaat als ik de anderen niet uitleg hoe we iets moeten doen, maar dan bewerk ik zelf mijn uitputting omdat ik mezelf een taak opleg die te groot is en mezelf boven alle anderen stel. Het geneesmiddel dat ontspanning geeft is de nederigheid van Jezus. ‘Alle zusters zijn geroepen tot onderlinge bezorgdheid, samenwerking en gehoorzaamheid’, zegt Cst 16. Al klinkt dat heel actief en staat het onder het kopje “de actieve deelname van de zusters”, toch is dat wat rust brengt voor de ziel.
En als we nu ontdekken dat we niet zo zachtmoedig en nederig zijn en dat we het niet zo snel leren ook? Dan nog, dan zeker geldt de uitnodiging van Jezus: ‘Kom tot Mij’. Hij is het die zachtmoedig is en nederig van hart, en Hij zal ons met liefde zijn Geest inblazen, hoe vaak we ook opnieuw moeten beginnen.
[1] Erasmo Leiva-Merikakis, Fire of Mercy I, p.712-727