Pinksteren
Gisteren lazen we in de refter de samenvatting die Erik Borgman gaf van Fratelli Tutti, een samenvatting in één zin, of liever in enkel kleine zinnetjes, en het is tegelijkertijd een heel mooie beschrijving van wat de Geest doet:
Als er een kloof ontstaat tussen jou en andere mensen, vraag dan niet wiens schuld dat is, welke fouten anderen hebben gemaakt en wat ze goed moeten maken. Steek in plaats daarvan die kloof over. Jij! Voeg je bij de ander. Vraag naar zijn of haar wonden en verbind ze zo mogelijk.[1]
De kloof oversteken, verbinding maken, relatie scheppen en herstellen, dat is het werk van de Geest, de band van liefde tussen Vader en Zoon, de liefde van de Vader en de Zoon die de kloof tussen God en mensen overbrugt.
Verbinding door de taal. Als op de dag van Pinksteren de leerlingen in de bovenzaal zitten, komt de Geest met wind en vuur, en met vurige tongen wordt alle onbegrip overbrugt. Iedereen spreekt de taal van de ander. Het is niet zo dat iedereen nu dezelfde taal spreekt, zoals het was voor Babel. De Heilige Geest spreekt niet een soort Esperanto. De verschillen blijven bestaan, maar we gaan de taal van de ander spreken. De Geest doet ons in vreugde uitgaan uit onszelf.
De verbinding die Hij brengt, is zoals in een lichaam alle delen met elkaar verbonden zijn en bezield worden door één adem. Er zijn grote verschillen tussen je oor en je kleine teen, maar ze hebben elk hun taak in het ene lichaam, en het is één geest die hen in leven houdt.
Verbinding wordt bewerkt doordat we Gods vrede ontvangen. Als Jezus zijn leerlingen zendt, zoals de Vader Hem gezonden heeft, dan blaast Hij op hen om hen zijn Geest te geven. De Geest van waarheid wanneer Hij zei waar het op stond zonder mensen af te schrijven. De Geest van vergeving nu Hij zijn leerlingen die Hem in de steek gelaten hebben met vrede tegemoet komt en zo de kloof overbrugt.
Fr Luc schrijft in zijn geestelijk testament:
‘Wie zijn leven wil redden, die zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, die zal het redden.’ Het doel in deze uitspraak is: zijn leven redden. God wil voor ons het leven.
Zijn leven redden, dat is het invoegen op zijn juiste plaats. Het is zaak voor ons goed geplaatst, dat wil zeggen verbonden, te zijn. Wat ons doet leven is de relatie.
Zijn leven verliezen voor Christus betekent “zijn leven geven uit liefde”. Het heil komt tot ons van de anderen die voor ons de aanwezigheid van God zijn. Door hen roept Hij ons tot leven. Als het geloof redt, dan is dat omdat het onze blik van onszelf afwendt en richt naar een ander, en zo een relatie schept die ons ontrukt aan onze dodelijke eenzaamheid. Iedere keer dat we niet meer bezorgd zijn om onszelf, omdat we bezorgd zijn om een ander, leven we dat geloof dat, misschien zonder dat we het weten, geloof in God is, “zijn leven verliezen omwille van Christus.”
Dat is het werk van de Geest: relatie scheppen en ons naar buiten doen gaan, naar de ander en zo het leven van God ontvangen, zijn Adem, zijn Vuur, zijn Wijsheid en zijn Kracht.
Moge de Geest ons bezielen met zijn gaven.
[1] Erik Borgman, Meer dan het leven, p. 167