17e zondag A
Wat zou je vragen als je zomaar mocht kiezen, als God je zegt in een droom: ‘Wat wil je dat Ik je geef?’ Er kan van alles op je verjaardagsverlanglijstje staan. Maar als God het je vraagt?
Salomo krijgt die vraag. En wat zegt hij? ‘Geef uw dienaar een opmerkzame geest om recht te kunnen spreken over uw volk en onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad.’
Hij verlangt niet iets voor zichzelf, maar een opmerkzame geest om zijn dienst te kunnen verrichten. God heeft hem koning laten worden na zijn vader David, en hoe kan hij doen wat God van hem verlangt? Rechtspreken als er twee partijen voor je staan, en ze hebben allebei een plausibel verhaal, hoe kun je dat eerlijk doen? Er is een verhaaltje over een joodse rabbi dat ik heel herkenbaar vind. De rabbi heeft een student bij zich die stage bij hem loopt. Er komt een man bij hem voor een gesprek. Hij heeft ruzie met zijn vrouw en doet zijn beklag over haar. De rabbi luistert begrijpend en geeft de man gelijk. Hij kent de vrouw ook en inderdaad, ze is een lastig mens. De volgende dag komt de vrouw langs om te klagen over haar man die ruzie maakt. De rabbi luistert weer en ja, hij begrijpt het, en geeft haar gelijk. Als ze de deur uit is, roept de student uit: ‘Maar u geeft ze allebei gelijk! Dat kan toch niet, het is het één of het ander.’ ‘Ja, zegt de rabbi, jij hebt ook gelijk.’
Koning Salomo vraagt niet iets voor zichzelf. Hij vraagt iets waarmee hij zijn volk kan dienen: een opmerkzame geest om onderscheid te kunnen maken en recht te spreken. Zijn leven heeft een doel dat verder gaat dan hijzelf. Zijn koningschap is er niet om hemzelf groot te maken, maar om zijn volk te dienen en dat kan hij niet alleen. Hij maakt steeds ruimte voor God in zijn leven. Letterlijk, als hij de tempel zal bouwen, maar ook nu al door een opmerkzame geest te verlangen. Letterlijk staat er: een luisterend hart. Een hart dat luistert naar wat de mensen die voor hem staan zeggen, een hart dat dieper luistert dan alleen naar de oppervlakkige woorden die de zaak een beetje willen verdraaien. En vooral een hart dat luistert naar wat God zegt doorheen de woorden van mensen, doorheen de gebeurtenissen. Salomo zou je een benedictijnse koning kunnen noemen. “Luister” is zijn wapenspreuk en zo verruimt zich zijn hart om ruimte voor God te worden.
Ruimte voor God. De koningin van Seba hoort in haar land over de wijsheid van Salomo en ze komt om hem de dingen voor te leggen die ze in gedachten heeft. Salomo weet haar te antwoorden en ze ziet zijn paleis, ‘de spijzen op zijn tafel, de hovelingen die mee aanzitten, de lakeien in hun uniform, de schenkers, de brandoffers’. Wat ze hoort en ziet brengt ze in verband met de naam van God, niet alleen de wijze uitspraken van de koning, maar ook de gewone dingen van het leven, de houding van zijn dienaren en wat er op tafel komt.
Het geschenk dat Salomo ontvangt van de HEER, een luisterend hart, is als de schat in de akker. Het staat niet op zichzelf, maar zit in heel het leven, in de gewone dingen van iedere dag. Ik heb me altijd afgevraagd of het wel helemaal eerlijk is dat de man die de schat vindt, hem weer verbergt en dan de akker koopt zonder iets over die schat te zeggen. Maar je zou kunnen zeggen dat de schat niet los verkrijgbaar is. Hij zit in de akker van ons leven en pas als we ons wijden aan ons gewone leven met de dagelijkse vreugden en zorgen, de dienst die van ons gevraagd wordt, dan is de schat te vinden, komt er ruimte voor God.
God zelf koopt de akker van de wereld om de schat die erin verborgen zit. Hij daalt af naar de aarde, in de aarde om die schat te bevrijden. Het kan goed zijn dat wij geen schat zien die zoveel moeite waard is, niet in de ander en ook niet in onszelf, maar God ziet in het verborgene en koopt de akker, de wereld.
Geef ons een luisterend hart om in ons leven van alledag ruimte te maken voor God en zijn stem te horen in zijn Woord, in de woorden van onze medezusters – ook al zijn die woorden niet altijd helder en zuiver – en in de gebeurtenissen. Naarmate men voortgang maakt in het monniksleven en in het geloof verruimt zich het hart en snelt men met een onuitsprekelijk blije liefde (omdat je de schat vindt) voort langs de weg van Gods geboden.