15e zondag A
Gisteren hebben we Benedictus gevierd en voor de eucharistieviering konden we kiezen uit drie evangelielezingen, maar als ik de lezing van vandaag hoor, had er gemakkelijk nog een vierde bij gekund, want wat is het kernwoord van de Regel? “Luister”. Vandaag horen we de eerste parabel bij Mattheüs en het gaat over God die zijn woord uitstrooit en de manier waarop we luisteren. Het is een parabel die als het ware de hele wereldgeschiedenis omvat, en die ons de relatie tussen God en zijn schepping toont. Want al vanaf het allereerste begin van de wereld strooit God zijn woord. Hij zaait het woord “Licht” en het wordt licht. Hij zaait de zon en de maan en de sterren en ze komen tevoorschijn. Hij zaait het gras en de bomen en de planten, de vogels en de vissen, de dieren en de mensen, en zijn woorden dragen vrucht, ze krijgen een lichaam. God maakt scheiding tussen de wateren onder de aarde en de wateren boven de aarde, tussen het land en de zee en zo gebeurt het. God spreekt en de schepping luistert en vormt zich en weerkaatst zijn schoonheid en zijn goedheid. Hij maakt voor de mens een scheiding tussen de boom van de kennis van goed en kwaad en alle andere bomen, maar daar stopt het luisteren. Luisteren is geen automatische gehoorzaamheid, het is een antwoorden in liefde en vertrouwen, het is in vrijheid één en al aandacht zijn voor zijn Stem. Maar in die vrijheid kun je ook je aandacht afwenden of je vertrouwen en je liefde opzeggen. Dat is wat er gebeurt in Genesis 3 als Eva luistert naar de slang. Het is wat er gebeurt als Gods Woord mens wordt en Jezus wordt afgewezen, wordt verraden, verloochend, gedood. Het is wat er gebeurt in ieders leven als God zijn woord zaait, overvloedig. De open, vertrouwvolle relatie tussen God en zijn schepping is verstoord door het nee van de mens, en heel de schepping lijdt eronder en verlangt vurig naar verlossing. Het lijkt misschien het toppunt van vrijheid om nee te kunnen zeggen, maar het brengt ons in slavernij en we trekken heel de aarde erin mee.
Maar ook al zeggen wij nee, God blijft spreken en zijn woord zaaien en het zal niet leeg tot Hem terugkeren. Zijn woord draagt vrucht en schept en verlost. Het volbrengt zijn wil en doet datgene waartoe het gezonden is. ‘Het woord van God laat zich niet in boeien slaan’, zegt Paulus. En zelfs als wij het doden, staat Het op uit de dood.
God zaait zijn woord in heel ons leven, niet alleen op de kleine plekken die we ervoor openstellen, maar ruim en overvloedig, zonder te kijken of deze plek het wel waard is. Hij is niet bang zijn woorden te verliezen en Hij is er niet zuinig mee. En als Benedictus zijn Regel met het woord “Luister” begint, dan is dat om zijn woorden op te kunnen vangen, te laten ontkiemen in ons, zijn woord te gaan belichamen, het mens te laten worden ook in ons. Want al is in ons hart een deel van de grond stevig aangestampt zodat het zaad er niet eens kan binnenkomen, en al hebben we rotsachtige stukken waar de wortels niet diep kunnen komen, al groeien er distels van angst en bezorgdheid die het woord verstikken, toch verlangen we naar de bevrijding en de volheid van Gods woord in ons. ‘Neem mij aan, Heer, naar uw woord, en ik zal leven, en stel mij niet teleur in mijn verwachting.’ Met heel de schepping hopen we op zijn Woord dat leven is, en voor heel de schepping mag het vrucht dragen in ons.
Hoe maken we dan ons hart tot vruchtbare grond?
Drie aansporingen van Benedictus:
Ten eerste is er de memoria Dei. Het zaad dat op de weg valt, merken we niet eens op. Het komt niet binnen, de vogels pikken het op en weg is het weer. Onze aandacht was er niet bij. Wees op je hoede voor de vergetelheid, zegt Benedictus. Wees gespitst op wat Hij je zegt of wat Hij van je vraagt. Is mijn aandacht alleen bij wat ik zelf prettig vind en ben ik gericht op mezelf, of is mijn hart wakker voor Degene die het liefheeft en leef ik bewust in de relatie met Hem? Dan is mijn eerste vraag niet langer: wat wil ik nu doen? maar: wat wil Jij dat ik doen zal?
Ten tweede is er de lectio. Benedictus ruimt daar veel tijd voor in, zodat het zaad van het woord elke dag wortel kan schieten in ons. Je voelt het vanzelf als je de lectio een tijdje verwaarloost, dan ga je oppervlakkiger leven. Als je het woord hoort, klinkt het mooi, maar het heeft geen kracht en uithoudingsvermogen in je leven. De tijd voor de lectio is dus belangrijk, en al is die soms kort, als je dan bewust een stukje meeneemt in de dag, dan kun je herkauwen tijdens het werk en kan het diepe wortels krijgen.
Ten derde is er de aansporing: Niets stellen boven de liefde van Christus. Wat is de schat die je gevonden hebt, de parel van grote waarde? Laat de zorgen dan niet die liefde overwoekeren. Bij ons intreden hebben we alles achter gelaten, omdat Hij ons alles waard is. Maar vervolgens kunnen we ons druk maken over dingen alsof ze belangrijker zijn dan zijn liefde.
En als ons hart toch doof is op een bepaald moment, en Gods woord ons niet direct kan bereiken, dan vertelt Jezus een parabel om met een omweg toch binnen te komen, want zijn woord keert niet ledig tot Hem terug.