5e zondag 40dagentijd
Het is de eerste passiezondag vandaag, maar de lezingen lijken wel paaslezingen. Misschien om ons de moed te geven om net als Thomas te zeggen: ‘Laten ook wij gaan om met Hem te sterven.’ Laten we met Jezus meegaan. Is het de weg naar de dood? Is het de weg naar het leven? Het is de weg van het kruis, en het lijkt of Ezechiël, Paulus en Lazarus ons vandaag willen verzekeren dat dat de weg is van het leven, ook al sterven we. Dat we niet bang moeten zijn voor de dood. Het enige waar het om gaat is met Hem meegaan.
Ezechiël: Zo spreekt God de Heer: “Ik ga uw graven openen; in massa’s zal Ik u uit uw graven wegvoeren en u brengen naar de grond van Israël. … Mijn geest zal Ik over u uitstorten en gij zult leven.”
Paulus: Als Christus in u is, blijft wel uw lichaam door de zonde de dood gewijd, maar uw geest lééft, dank zij de gerechtigheid. En als de Geest van Hem die Jezus van de dood heeft opgewekt, in u woont, zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken door de kracht van zijn Geest, die in u verblijft.
Jezus zelf: “Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven.”
Jezus gaat zijn weg zonder zich te laten tegenhouden door angst voor de dood. De leerlingen proberen wel om Hem tegen te houden. Hij is net ontkomen aan een steniging en nu zou Hij weer terug gaan naar Bethanië, zo dicht bij Jeruzalem? Veel te gevaarlijk. Maar Jezus laat zich niet tegenhouden. Zijn liefde is sterker dan de angst.
Hij laat zich trouwens evenmin opjagen door de dood. Lazarus is ziek, maar Hij wacht nog twee dagen voordat Hij naar hem toe gaat. Waarom? Als Hij er op tijd was geweest, dan was Lazarus niet gestorven en hadden de pijn en het verdriet voorkomen kunnen worden. Maar op een of andere manier is dat niet de weg van de Heer: de moeilijkheden wegnemen, vrijwaren voor pijn en verlies, de dood omzeilen. Nee, Lazarus sterft, Marta en Maria zijn in rouw, en het is pas dan dat Jezus verschijnt. Hij komt niet om het verdriet te ontkennen, om te zeggen: ‘Het is allemaal zo erg niet. Ik maak de dood ongedaan en dan is er niets aan de hand.’ Hij is net zo goed ontroerd en boos en verdrietig als Maria en Marta. De dood die een vriend wegneemt is een vijand. De dood die mensen elkaar aandoen is een kwaad, en de enige houding daar tegenover is opstandigheid. Jezus is geen wonderdoener die onaangedaan ziekte en dood laat verdwijnen. Bernardus zegt ergens: ‘Hij had zich ermee tevreden kunnen stellen ons te helpen, maar Hij heeft willen komen.’ Onze dood gaat Hem aan. Hij gaat mee in het diepste verdriet, Hij daalt voor ons af in het dodenrijk.
Wat is dan de houding van wie leerling van Jezus wil zijn? ‘Laten ook wij gaan om met Hem te sterven.’ Thomas laat zich evenmin als Jezus tegenhouden door angst. Met Hem meegaan is hem meer waard dan zijn leven.
Het kunnen ook onze woorden zijn, deze twee laatste weken voor Pasen. Zodat we in de Paasnacht bij de doopgedachtenis de woorden horen: Gedenk dat je met Christus bent gestorven en verrezen. Met Hem meegaan zonder aan jezelf te denken. Dat willen we als we het monastieke leven beginnen. En dat moeten we heel ons leven lang blijven leren, want het gaat nogal eens mis. Heschel schrijft: ‘Het is zo gemakkelijk om te kwetsen, te vernietigen, te beledigen, te doden. Het baren van een kind is een mysterie. Het doden van miljoenen slechts een vaardigheid.’
Met Jezus meegaan is in opstand komen tegen de dood, vechten met jezelf om de ander niet te kwetsen en te beledigen, een gevecht waarbij je zelf kunt sterven. Want sterven is niet iets wat alleen aan het eind komt. Het is iets voor iedere dag als je jezelf loslaat uit liefde, zoals Jezus zichzelf vergat. De barmhartigheid en tederheid van Jezus hebben alles te maken met zijn zuivere aandacht voor de ander. Hij is niet gericht op zichzelf. Hij vraagt zich niet allereerst af of het voor Hem wel veilig is om naar Lazarus toe te gaan. Hij belichaamt in een grote vrijheid het zinnetje dat Benedictus centraal stelt in zijn testament: Niemand zoeke wat hij voor zichzelf voordelig acht, maar veeleer wat goed is voor de ander. Hij probeert niet zichzelf te beschermen, is niet bang dat Hij tekort zal komen. Ook zo is Hij het leven zelf. Want wie terugbuigt op zichzelf, wie leeft zonder liefde is levend dood.
‘Laten ook wij gaan om met Hem te sterven.’ Dat is de uitnodiging ook voor ons, voor deze twee weken naar Jezus’ dood en verrijzenis toe, en voor heel ons leven. Gaan waar Hij gaat. Bij Hem blijven omdat Hij degene is die je liefhebt, voor wie je jezelf kunt vergeten. Het sterven van iedere dag kan iets heel eenvoudigs zijn. Niet bij alles denken: Wat wil ik? Wat vind ik? Wat heb ik nodig? Maar denken vanuit Hem: Wat wilt gij, Heer? Heel eenvoudig, maar tegelijkertijd betrap ik mezelf erop dat ik dat altijd weer vergeet.
Vragen ‘wat wilt Gij, Heer?’ is niet alleen het sterven van iedere dag, het is ook de verrijzenis van iedere dag, het werkelijke leven. Je laat wel jezelf los, maar daarmee blijf je bij Jezus en geef je ruimte aan Hem die het Leven is. ‘Niet meer ik, maar Christus leeft in mij.’ In Christus heeft God ons en al wat bestaat geschapen en gezegend, Hij is ons leven. Laten we met Hem op weg gaan en dicht bij Hem blijven waar Hij ook heengaat. Niet opgesloten blijven in onszelf uit angst voor de dood. Hij roept ons: ‘Kom naar buiten!’ Zijn stem dringt door tot onze dode oren en doet ons opstaan.
Wij vragen dat wij in zijn liefde mogen leven en de wegen gaan die Hij betreden heeft, blijmoedig en zeker van uw hulp.