13e zondag A
In deze warme dagen werd mijn aandacht natuurlijk eerst getrokken door het zinnetje ‘wie één van deze kleinen al was het maar een beker koud water geeft, omdat hij mijn leerling is, voorwaar Ik zeg u, zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.’ Een beker koud water geven is geen grote daad van zelfgave. Het is maar een klein eenvoudig gebaar. Maar als je het warm hebt, het zweet loopt in straaltjes van je af, dan is fris water een kostbaar geschenk, en iemand die het je geeft is een redder in nood.
Alles is klein in dit zinnetje. Het is maar een beker koud water, en degene die het krijgt is maar een kleine leerling van Jezus. In de zin hiervoor ging het om een deugdzaam mens, maar deze kleine leerling is misschien niet eens deugdzaam te noemen. Een kleine daad voor een kleine mens. De wereld verandert er niet door, maar Jezus noemt het en hecht er waarde aan. ‘Zijn loon zal hem niet ontgaan.’ Hoezo loon? Waar moet het heen als we ook al loon verlangen voor zo’n kleine daad van aandacht voor een ander?
Het is ook niet om het loon dat je iemand een glas water geeft. Het is omdat je een leerling van Christus in hem of haar ziet. Het is niet geven om te krijgen, maar geven uit overvloed, omdat je zoveel gekregen hebt. Als ik me bewust ben van Jezus’ liefde voor mij, dan ga ik Hem steeds meer liefhebben en volgen en Hem herkennen in een ander die op mijn weg komt of met wie ik samen leef. Gastvrijheid omdat je zelf gastvrij onthaald wordt binnen de Drieëenheid. En dat werkt als een rondedans. Want, zegt Jezus, ‘wie u opneemt, neemt Mij op’. Als ik een profeet of een deugdzaam mens ontvang, of alleen maar een beker koud water geef aan iemand omdat ik iets van Jezus herken in die persoon, dan ontvang ik Jezus. ‘En wie Mij ontvangt, ontvangt Hem die Mij gezonden heeft.’ Opgenomen worden door Jezus en Hem opnemen in kleine daden van gastvrijheid versterkt elkaar.
Pierre Claverie citeert een tekst van Rumi:
Net zoals de adem van de goddelijke Geest in Maria haar Jezus heeft doen ontvangen, zo dringt ook het Woord van God binnen in iemand en de goddelijke inspiratie vervult zijn hart en zijn ziel. Zijn natuur is zodanig dat dan in de mens een goddelijk kind gevormd wordt dat de adem van Jezus heeft die de doden opwekt.
Pierre Claverie legt uit: Elke keer als ik een woord van God ontvang, als ik gehoorzaam aan die impuls, aan de goddelijke inspiratie in mij die me stuwt om te beminnen, dan is de natuur van die Geest zodanig dat er een geestelijk kind in mij geboren gaat worden. Dat geestelijk kind heeft de adem van Jezus die de doden opwekt. … een kind wordt in u geboren elke keer dat je een beetje gehoor geeft aan die inspiratie of dat woord dat God je ingeeft. Zo wordt je leven een Pasen, een geboorte.[1]
De Sunamitische ontvangt de profeet Elisa in haar huis. Waarom? Niet omdat ze iets van hem nodig heeft of iets van hem verwacht. Als hij weer komt en ziet dat ze een kamer op het dak voor hem gebouwd heeft met een bed, een tafel, een stoel en een lamp, vraagt hij wat hij voor haar kan doen, maar haar antwoord is ‘Ik woon te midden van mijn familie’. Ze is tevreden met haar leven zoals het is en ze is blij als ze kan doen wat ze vindt dat gedaan moet worden. Maar daar blijft het niet bij. Ze heeft geen zoon. En nu, door haar zorg voor Elisa, zal er een kind geboren worden, nieuw leven, een Pasen, want haar man is al oud en het leek dat ze kinderloos zou blijven. Ze zal een zoon ontvangen.
Laten we vertrouwen dat onze kleine daden voor Jezus, die niet de redding van de wereld brengen, wel Hem een beetje geboren laten worden die de Redder van de wereld is. Hij is het die ze ontvangt en die ons met zich mee neemt uit de dood naar de opstanding in zijn Koninkrijk.
[1] Pierre Claverie, Je ne savais pas mon nom, p. 53-54