Hemelvaart, 14 mei
Broeders en zusters,
Eind vorig jaar hebben we van onze broeders in Zundert een ikoon gekregen. Toen we hem uitpakten, hebben we wel even staan kijken voor welk feest hij nu eigenlijk was. Beneden zie je twaalf apostelen, en twee engelen in het wit gekleed staan bij hen. Dat doet meteen denken aan Hemelvaart. Maar Jezus is niet aan het opstijgen. Hij zit in de hemel alsof Hij er thuis hoort. En vooral: centraal, in het midden, staat Maria, in alle rust, en over haar zegt Lukas toch niets als hij de hemelvaart beschrijft.
De ikoon van Jezus’ hemelvaart laat niet zozeer het verhaal zien, dat we gelezen hebben in de Handelingen, als wel de betekenis van het feest. Want een feest is het vandaag, niet een droevig afscheid.
Wat zijn dan de redenen voor het feest?
We beginnen bovenaan op de ikoon. Daar zetelt Christus. Hij heeft de troon ingenomen. ‘Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde’, zegt Hij tegen de leerlingen. We vieren dat Hij onze Koning is, wat aardse machthebbers ook mogen beweren. Hij is Koning, en in zijn linkerhand houdt Hij de boekrol van het evangelie, het verhaal van onze redding. Hij heeft ons bevrijd om burgers te zijn van zijn Koninkrijk, huisgenoten van God. We worden ledematen van zijn lichaam, en Hij, ons Hoofd, is ons voorgegaan naar de Vader, bij Wie we thuis mogen komen. En nu al mogen we leven volgens het evangelie en meewerken aan de realisering van het mysterie van Gods ondoorgrondelijke liefde. ‘Waar Hij, ons Hoofd, is voorgegaan, wordt voor het lichaam vrij de baan naar een bestaan volkomen.’
Zijn rechterhand houdt Christus zegenend uitgestrekt. Dat Hij troont in de hemel, betekent niet dat Hij veraf is en dat wij hier alleen moeten ploeteren. Hij werkt met ons mee, zijn zegen wil ons omhullen. Zijn blijvende betrokkenheid en aanwezigheid is ook iets om te vieren. ‘Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.’ ‘Hoe overgroot is zijn macht in ons die geloven, zegt Paulus.’ Zijn macht werkt in ons en is overgroot, en kan ons de nauwe grenzen van onze angst, onze kleinzieligheid, onze zelfzucht, onze lichtgeraaktheid doen overstijgen.
In het onderste vlak van de ikoon zien we de twaalf apostelen. Paulus is er ook al bij. Ze kijken omhoog, ze wijzen, ze lijken enigszins verward. Dat vind ik wel herkenbaar. Als je op aarde staat, is het niet altijd zo gemakkelijk om de tronende Christus te herkennen. Zijn heerschappij is vaak verborgen. Maar naast de apostelen staan twee engelen, twee mannen in witte gewaden, die naar omhoog wijzen, en zeggen: ‘Op dezelfde wijze zal Hij wederkeren.’ Oftewel: ‘Je mag op Hem vertrouwen. Hij komt terug en zal recht doen.’ Ons leven, onze wereld heeft een toekomst waar God borg voor staat. Hemelvaart is ook een feest van hoop.
In het midden, tussen de apostelen, staat Maria. Ze kijkt niet omhoog naar Jezus. Ze loopt niet heen en weer met de leerlingen. Ze staat daar in stilte, in de houding van gebed, met de handpalmen naar boven gekeerd. In haar is het Woord Gods afgedaald en mensgeworden. Nu is zijn mens-zijn opgenomen in de hemel. Ook al kijkt ze niet omhoog naar Christus, er is een sterke band tussen hen, een band van vertrouwen en van hoop. Haar handen zijn open om Hem nog steeds te ontvangen. Ze hoeft Hem niet te zien om te weten dat Hij er is. En ze kijkt naar ons, om Hem aan ons door te geven, of om ons uit te nodigen te delen in haar hoop en vertrouwen en net als zij een kanaal te worden voor Gods werken op aarde, wetend dat Christus de dood in alle mogelijke vormen overwonnen heeft.
We vieren vandaag dat Christus de troon heeft bestegen en alle macht heeft in hemel en op aarde,
dat we niet alleen achterblijven, maar dat Hij bij ons blijft, en met ons meewerkt,
dat we hopen op zijn wederkomst, op toekomst voor zijn en onze wereld,
dat we, als Maria, vol vertrouwen Hem mogen laten werken in ons.
We vieren de overwinning van zijn liefde voor onze wereld.
Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen.
Wat wij van Hem bezaten is altijd om ons heen.
Als zonlicht om de bloemen, een moeder om haar kind:
teveel om op te noemen zijn wij door Hem bemind.
Amen