6e zondag A, 15 februari
‘Ik ben niet gekomen om de Wet te ontbinden, maar om te vervullen.’ Dat zegt Jezus vandaag.
Br. Simeon schrijft in zijn commentaar: ‘Als de spreker zelf verschijnt en zijn lichamelijke aanwezigheid het middel van communicatie wordt, hebben zijn voorgaande woorden niet afgedaan maar keren ze terug naar hun bron. … God het Woord is de auteur zowel van hemel en aarde, als van de wet. Daarom vallen ze samen. De kosmos is Gods openbaring in orde en schoonheid, maar blijft onpersoonlijk. De wet is zijn openbaring in woorden; de openbaring van een ik tegenover een gij. De Wet afschaffen zou betekenen dat de kosmos haar betekenis verliest en gereduceerd wordt tot iets wat de mens kan manipuleren.’ En hij citeert Raissa Maritain: ‘Het hele katholieke geloof kan worden gevat in twee woorden die de mens tegen de haren instrijken, omdat ze hem plaatsen in een radicale afhankelijkheid van God: mysterie en wet.’[1]
Het mysterie van de kosmos waarvoor we steeds weer in diepe verwondering staan, en de aanspraak van de wet die ons leven doel en richting kan geven – ze komen uit dezelfde Bron. De Wet is de weg naar het Rijk der hemelen. ‘De Wet houden betekent: beginnen met de geschreven wet en die volgen terug tot in haar oorsprong in Gods heiligheid. Die reis is hetzelfde als ‘binnengaan in het Koninkrijk’.[2] Benedictus houdt het ons steeds weer voor in de Proloog als hij ons aanspoort om te luisteren naar de richtlijnen van onze meester en liefdevolle vader en zo door de inspanning van onze gehoorzaamheid terug te keren tot de Heer. ‘Als gij vandaag zijn stem hoort, maak dan uw hart niet ongevoelig.’
Ontbinden en vervullen zijn termen die de Schriftgeleerden gebruikten voor interpretaties van de wet. De Sadduceeën gaven aan de tora zoveel mogelijk een letterlijke interpretatie. Alles moest letterlijk uitgevoerd worden zoals het er stond. Maar de Farizeeën hadden oog voor de verschillende levensomstandigheden en pasten geboden van eeuwen geleden toe op de nieuwe situatie van hun eigen tijd. Met hele discussies over de geldigheid van een nieuwe interpretatie tot gevolg. Want als je niet meer oog om oog, tand om tand letterlijk uitvoert maar door een geldboete vervangt, ben je dan nog trouw aan de bedoeling van het gebod? Een verkeerde interpretatie “ontbindt” het gebod, maar een goede “vervult” het gebod. Jezus staat in de lijn van de Farizeeën als Hij zegt: ‘Gij hebt gehoord dat tot onze voorouders is gezegd “Gij zult niet doden”, maar Ik zeg u: Al wie vertoornd is op zijn broeder … wie tot zijn broeder zegt raka … wie tot zijn broeder zegt dwaas, zal strafbaar zijn met het vuur van de hel.’ Het gebod ‘gij zult niet doden’ is een weg ten leven, en de letterlijke interpretatie is maar een begin. Iemand doodslaan doen we niet vaak, maar in gedachten je zuster of broeder uit de weg ruimen, op haar neerkijken, kwaad zijn omdat ze je in de weg zit en anders doet dan jij zelf goed vindt, komt in de grond op hetzelfde neer.
Cassianus wijdt een groot deel van zijn gesprek over de vriendschap met abba Jozef aan de boosheid. Wat moet je doen als er scheiding komt tussen twee vrienden, tussen twee broeders doordat één van de twee of allebei in woede ontsteken? Afstand houden? Psalmen zingen en je boosheid niet uiten? Netjes zwijgen als je broeder tekeer gaat?
Wat je moet doen in een concrete situatie hangt af van de personen, maar waar het om gaat is dat je het leven van je zuster of broeder verlangt. Zelfs als de woede van de ander onterecht is en je onschuldig bent, is het zaak om te proberen haar woede te stillen. Als je gaat offeren in de tempel – als je gaat bidden – en je herinnert je dat de ander iets tegen je heeft, ga je dan eerst met diegene verzoenen. Er staat niet dat die ander terecht iets tegen je heeft. Misschien is het een misverstand. Maar zolang ze beheerst wordt door woede, gaat ze als het ware verloren. En, zegt Cassianus, voor God telt iedere mens. Jezus die de wet belichaamt, komt om verloren mensen op te zoeken en te redden. Hoe kun je Jezus volgen en niet alles doen om je naaste te redden?
Als Jezus ons uitlegt hoe Hij de wet interpreteert, vervult in heel zijn wezen, laat Hij ons dan door die wet terugbrengen naar de Bron, naar Hemzelf, in de stroom van liefde die uitvloeit van de Vader naar heel de schepping.
[1] Erasmo Leiva-Merikakis, Fire of Mercy, Heart of the Word I, p.214, 217
[2] p.218