Tweede Paasdag
In de vigiliën vanmorgen hadden we een heel mooie homilie van Gregorius van Nyssa over de nieuwe schepping die met Pasen begint.[1] ‘Gekomen is het koninkrijk van het leven, en de macht van de dood ligt gebroken.’
Nieuw leven. Op Goede Vrijdag ontvangen we aan het eind van de dienst de communie. Ik vind dat een mooi moment. Na de lange passielezing en de kruisverering ontvang je het lichaam van Christus alsof Hij in jou begraven wordt. Mijn lichaam is als het ware het graf waarin Hij afdaalt in de dood, in mijn dood, in alles wat doods is in mij. En met Pasen zal Hij ook in mij verrijzen. ‘Christus is ons leven’, schrijft Paulus. Hij draagt onze zonden weg, Hij verslaat de doodse machten en brengt ons tot leven, een nieuw begin.
‘Dit nieuwe leven’, zegt Gregorius, ‘wordt ontvangen door het geloof; in het doopsel geboren aanschouwt dit het levenslicht.’ In de Paaswake met de doopgedachtenis ontvangen we weer bewust dit nieuwe leven. ‘Ja, ik geloof’, zeggen we, ‘ja, ik beloof’. Ja, tegen dit nieuwe leven dat andere normen heeft dan waar we vanuit onze zelfzucht toe neigen. Ik beloof te strijden tegen de machten van het kwaad:
- tegen mijn drang om in het gemeenschapsleven mezelf te verdedigen met geweld van woorden of gedrag, al lijkt me dat op dat moment noodzakelijk
- tegen mijn angst als die me alles als een nachtmerrie laat interpreteren
- tegen mijn jaloezie als die me in de put duwt
- tegen mijn hebzucht, alle kleine surrogaatbegeerten die me doen vergeten wat het grote verlangen van mijn leven is
- tegen … noem maar op
Het nieuwe leven heeft andere normen. Wat zei de vesperlezing gisteren? ‘Doet dan aan, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, tedere ontferming, goedheid, deemoed, zachtheid en geduld. Verdraagt elkander en vergeeft elkander … Laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe zijt ge immers geroepen als leden van één lichaam.’
De kerk voedt ons nieuwe leven dat in de doop geboren is, met de melk van haar leer en met het hemelse brood van de Schrift. Zo vervolgt Gregorius zijn beeldspraak. De liturgie en de lectio voeden ons verlangen, vormen ons geweten, wijzen ons de weg om Jezus na te volgen en het nieuwe leven ruimte te geven. Ze doen de nieuwe mens groeien. En het doel? ‘Huwen met de Wijsheid is het opperste levensdoel. En uit dit huwelijk wordt de hoop geboren, die nu reeds in het koninkrijk der hemelen haar intrek neemt.’ Huwen met de Wijsheid, in liefde één worden met het Woord. En uit dit huwelijk wordt de hoop geboren. Niet meer de angst om tekort te komen, niet meer jezelf zo nodig moeten beschermen. Het Woord, Christus, leeft in ons, en zo wordt de hoop geboren. De hoop die ons al burger maakt van het koninkrijk van God. Dan leven we nog steeds in onze wereld waar het duister is en de dood lijkt te heersen, maar ons handelen wordt niet bepaald door het duister, maar is vrij om te handelen als Jezus, want de dood is ten diepste overwonnen. ‘Dood, waar is uw prikkel? Dodenrijk, waar uw overwinning?’ De hoop leeft al waar ons werkelijke leven is. Ons leven is nu met Christus verborgen in God.
Moge die hoop ons de vreugde, de vrijheid en de moed geven om hier en nu te doen wat Christus van ons vraagt.
[1] P 22. Homilie op de Verrijzenis 1