Aankondiging van de Heer
Welke taal zou de engel Gabriel gesproken, die ochtend in de lente, toen hij binnentrad in het huis van Maria?
Als het Nederlands geweest zou zijn, dan had hij gezegd: ‘Wees gegroet, gij begenadigde.’ Of misschien ‘Goedemorgen’. Ik wens je een goede morgen toe, of, en zeker in dit geval, ik zeg je een goede morgen aan. Het woord ‘groeten’ heeft waarschijnlijk in de oorspronkelijke stam de betekenis van roepen en vandaar aanspreken. Maar als we iemand groeten, is dat toch veel meer dan alleen maar ‘hé!’ roepen. Het is een erkenning van de persoon. Je kunt ermee uitdrukken dat je blij bent de ander te zien, dat je de ander het goede toewenst, of misschien is het – meer formeel – het noodzakelijke begin voor een gesprek.
Als de engel Gabriel het gesprek met Maria begint, valt hij niet met de deur in huis. Hij groet haar eerst, en Lucas laat hem Grieks spreken. In het ‘wees gegroet’ in het Grieks is niet ‘roepen’ de grondbetekenis, maar ‘vreugde’: ‘Verheug je!’ en dat is een heel mooie groet. Stel je voor dat we elkaar zo zouden begroeten, elke keer een herinnering om de vreugde niet te vergeten. Ook als je niet in de stemming bent, als je het te druk hebt, als je zelf slecht nieuws hebt gekregen, of als je naar het nieuws hebt geluisterd. Dan is het wel goed als we Gabriel ook verder uit laten spreken: ‘Verheug je, de Heer is met je’. Vreugde is niet beperkt tot de momenten dat alles goed gaat. Gods goedheid is te groot voor het geluk alleen, en dat Hij met ons is – Immanuel – is een reden tot vreugde die in de diepte blijft bestaan. ‘Verheugt u in de Heer te allen tijde’, schrijft Paulus aan de Filippenzen, en hij herhaalt het met nadruk: ‘Nog eens: verheugt u!’ Op mijn spreukenkalender stond begin maart een citaat van C.S. Lewis:
Ik onderschrijf heel krachtig wat jij zegt over de noodzaak van zo hard mogelijk proberen te gehoorzamen aan het apostolische gebod ‘Verblijdt u te allen tijde’. We zondigen denk ik net zo vaak door nodeloze veronachtzaming hiervan als op andere manieren.
‘Verheug u, begenadigde, de Heer is met u’, zegt de engel Gabriel tegen Maria. Het is de aankondiging van het mysterie van de incarnatie. De Heer is met u. Het goddelijk Woord wil vlees worden in u. De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. God blijft niet ver. Hij laat zijn schepping niet aan haar lot over. Hij trekt zich niet terug van de mensen die hun eigen, onheilbrengende gang gaan. De Zoon van God daalt af in de schoot van Maria om ons mensenbestaan te delen. In onze wereld, in de onnozele, kleine en zondige mensen die we zijn, wil God wonen.
‘Verheug je’, zegt de engel. ‘Ja’, zegt Maria, ‘hier ben ik. Mij geschiede naar uw woord.’ ‘Ja’, zeggen wij bij onze professie, ‘hier ben ik, om te blijven luisteren naar uw Woord, dat het mens wordt in mij.’ Blijven – dat is stabiliteit. Luisteren naar uw Woord – dat is gehoorzaamheid. Dat het mens wordt in mij – dat is de conversatio morum. En dat Hij met ons wil zijn, dat wij Hem in ons mogen dragen en ons laten vormen naar zijn beeld, dat Hij ons vraagt om ja te zeggen, dat Hij in ons zijn vreugde wil vinden – dat is de grootste reden tot vreugde die er is.
Verheug je, begenadigde, de Heer is met je!